Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking waarbij een machtiging tot uithuisplaatsing van zijn twee kinderen is verleend. Hij betwist de gronden waarop de kinderrechter deze machtiging heeft gebaseerd, met name het oordeel over ouderverstoting en de emotionele toestemming voor contact met de moeder. De vader wenst met het hoger beroep zijn verhaal te doen en correctie van eerdere overwegingen, maar vraagt niet om vernietiging van de beschikking.
Het hof stelt dat voor het gebruik van het hoger beroep voldoende belang vereist is, waaronder het verzoek tot vernietiging van de bestreden beschikking. Omdat de vader geen vernietiging verzoekt en de gewenste uitkomst (terugkeer van de kinderen naar hem) niet via deze procedure kan worden bereikt, ontbreekt het aan voldoende belang.
Daarom verklaart het hof de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. De hoofdverblijfplaats van de kinderen blijft bij de moeder, en de vader kan zijn bezwaren in een andere procedure aan de orde stellen. De uitspraak is gedaan door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 juni 2020.
Uitkomst: De vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn kinderen.