In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van betrokkene behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank had een ontnemingsvordering toegewezen van € 35.326,66 aan wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het hof bevestigt de beslissing van de rechtbank op juiste gronden en voegt een nadere overweging toe naar aanleiding van de per 1 januari 2020 gedeeltelijk in werking getreden Wet USB. Deze wet wijzigt artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, waardoor bij oplegging van de maatregel de duur van de gijzeling moet worden bepaald die maximaal kan worden gevorderd.
De duur van de gijzeling wordt berekend op basis van het bedrag van het ontnomen voordeel, waarbij voor elke volle 25 euro één dag gijzeling kan worden gevorderd, met een maximum van drie jaren. Gezien het bedrag van € 35.326,66 stelt het hof de maximale gijzeling vast op drie jaren. Hiermee wordt de beslissing van de rechtbank met aanvulling bekrachtigd.