In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank had de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €107.087,50. Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal tot bevestiging van dit vonnis overgenomen.
De verdediging voerde verweren aan, waaronder onduidelijkheid over het buitgemaakte bedrag bij een plofkraak. Het hof verwees naar documenten in het dossier die het bedrag van €428.350,- bevestigen als het totale buitgemaakte geldbedrag. Het hof achtte de beslissing van de rechtbank op juiste gronden genomen.
Daarnaast heeft het hof de beslissing aangevuld met toepassing van de per 1 januari 2020 gedeeltelijk in werking getreden Wet USB, die een maximale gijzelingstermijn van drie jaar voorschrijft bij ontnemingsvonnissen. De duur van de gijzeling wordt berekend op basis van het ontnomen bedrag, met maximaal één dag gijzeling per volle €25, met een maximum van drie jaar.
Het hof heeft daarom de duur van de gijzeling vastgesteld op maximaal drie jaar en de beslissing van de rechtbank bevestigd met deze aanvulling.