ECLI:NL:GHARL:2020:5084
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs brandstichting coniferenhaag
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de veroordeling van verdachte voor brandstichting op 28 augustus 2016. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot jeugddetentie van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk. Het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende overtuigend was.
De brand ontstond in een coniferenhaag bij een woning, waarbij ook gevaar voor de woning en bewoners bestond. Politie trof op de plaats delict diverse voorwerpen aan en zag verdachte kort na de brand fietsen met een aansteker en een flesje poppers. Verdachte vertoonde nerveus gedrag en had geur- en stofresten die mogelijk van coniferen afkomstig waren.
Ondanks deze aanwijzingen concludeerde het hof dat het onderzoek tekort schoot: sporenonderzoek naar conifeerresten en de voorwerpen op de plaats delict ontbrak, en technisch onderzoek naar de brand en aanwezigheid van verdachte was onvoldoende. Hierdoor ontbrak het wettig en overtuigend bewijs om tot veroordeling te komen.
Het hof oordeelde dat de onderzoeksomissies niet meer hersteld kunnen worden en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde brandstichten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van brandstichting.