Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor mishandeling van aangever op 30 juni 2018. Tijdens een conflict waarbij aangever weigerde afwas te doen, ontstond een worsteling waarbij verdachte aangever meerdere keren tegen hoofd en keel sloeg.
De verdediging voerde noodweer aan, stellende dat verdachte werd aangevallen. Het hof erkent dat aangever een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding pleegde, maar oordeelt dat verdachte niet noodzakelijkerwijs geweld hoefde te gebruiken en het conflict had kunnen de-escaleren door afstand te nemen.
Het hof acht bewezen dat verdachte mishandelde, maar spreekt verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten. Ondanks de bewezen mishandeling legt het hof geen straf of maatregel op vanwege de specifieke omstandigheden, waaronder dat verdachte later die dag zelf werd mishandeld door derden, wat direct verband hield met zijn handelen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht.