De heffingsambtenaar legde aan belanghebbende, een netbeheerder, twee aanslagen precariobelasting op voor het jaar 2016. Belanghebbende stelde dat de aanslagen niet gebaseerd waren op een geldige verordening, omdat de verordening pas in 2017 elektronisch werd gepubliceerd, terwijl de aanslagen in 2017 werden opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste aanslag gegrond en tegen de tweede ongegrond.
Beide partijen gingen in hoger beroep. Het Hof oordeelde dat de verordening, vastgesteld in oktober 2015, pas op 9 november 2017 elektronisch in het Gemeenteblad is gepubliceerd, en dat een eerdere publicatie niet had plaatsgevonden. De mededeling in een lokaal weekblad voldeed niet aan de vereisten voor bekendmaking. De heffingsambtenaar kon niet aannemelijk maken dat elektronische publicatie onmogelijk was.
Daarom trad de verordening pas in werking op 11 november 2017, waardoor zij op het moment van de aanslagen niet gold en geen wettelijke grondslag bood. De overgangsregeling was niet van toepassing. Het Hof vernietigde de tweede aanslag en de uitspraak van de rechtbank die deze in stand hield, en bevestigde het gegrond verklaren van het beroep van belanghebbende tegen de eerste aanslag. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.