ECLI:NL:GHARL:2020:5134

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 juli 2020
Publicatiedatum
2 juli 2020
Zaaknummer
Wahv 200.265.414
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMBijlage 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens overtreding geslotenverklaring motorvoertuigen ondanks ontbreken bord op foto

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op het Ruiterskwartier te Leeuwarden. De sanctie van €95 werd opgelegd naar aanleiding van een foto gemaakt door een kentekencamerasysteem waarop het voertuig zichtbaar was, maar het verkeersbord niet.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat het ontbreken van het bord op de foto in strijd was met de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar, en betwistte de aanwezigheid van het bord ter plaatse. Tevens werd geklaagd over het late overleggen van schouwrapporten in hoger beroep en het ontbreken van datum en handtekening op deze rapporten.

Het hof overwoog dat het ontbreken van het bord op de foto kan worden ondervangen door andere bewijsstukken, zoals schouwrapporten en een aanvullend proces-verbaal met foto’s van de bebording. De schouwrapporten, hoewel niet ondertekend en zonder datum, bevatten geen reden om aan de juistheid te twijfelen. De betrokkene werd niet in het gelijk gesteld en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De sanctie van €95 wegens overtreding van de geslotenverklaring wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.265.414/01
CJIB-nummer
: 217956554
Uitspraak d.d.
: 2 juli 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 1 juli 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.P.B. Waals, kantoorhoudende te Enschede.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Bij brief van 24 december 2019 zijn de gronden van het hoger beroep aangevuld. Hierbij is verzocht om vergoeding van proceskosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. Hierbij is verzocht om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 juni 2020. De betrokkene noch haar gemachtigde is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat de kantonrechter artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft geschonden. Hiertoe voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter heeft nagelaten om, ondanks verzoeken, de rapportages te verstrekken, waarnaar de kantonrechter in zijn uitspraak heeft verwezen.
2. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Uit de beslissing van de kantonrechter blijkt dat de kantonrechter, voor zover hier van belang, heeft overwogen: “Uit de overgelegde rapportages blijkt dat de bebording op het Ruiterskwartier voldoende duidelijk is en wordt gecontroleerd”. Verder blijkt uit de stukken van het dossier dat de officier van justitie in de fase van het administratief beroep een aanvullend proces-verbaal heeft opgevraagd bij de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. In dit aanvullend proces-verbaal heeft de ambtenaar (onder meer) aangegeven welke bebording ter plaatse aanwezig is.
3. Bij dit proces-verbaal heeft de ambtenaar ook foto’s van de situatie ter plaatse overgelegd. Bij aangetekend schrijven van 13 mei 2019 is de gemachtigde opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter op 1 juli 2019. Bij dit schrijven is aan de gemachtigde eveneens een kopie van het dossier toegezonden.
4. Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat de kantonrechter met zijn verwijzing naar de
‘overgelegde rapportages’ tot uitdrukking heeft willen brengen dat hij het aanvullend proces-verbaal en de daarbij behorende foto’s in zijn beoordeling heeft betrokken. De gemachtigde is in het bezit gesteld van een afschrift van het procesdossier. Het verweer van de gemachtigde treft gelet hierop geen doel.
5. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 juni 2018 om 12:55 uur op het Ruiterskwartier in Leeuwarden met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
6. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene ontkent dat ter plaatse een bord aanwezig is. Op de gemaakte foto’s is ook geen verkeersbord weergegeven. Dit is in strijd met bijlage L bij de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar. Voorts vindt de gemachtigde de schouwrapporten niet overtuigend omdat deze stukken niet zijn voorzien van een datum van opmaak en een handtekening. Ook klaagt de gemachtigde over de omstandigheid dat de schouwrapporten pas in hoger beroep zijn overgelegd.
7. In bijlage L van de Beleidsregels, zoals die ten tijde van de oplegging van de sanctie luidde, is het toepasselijk kader opgenomen voor, zoals hier, digitale handhaving door buitengewoon opsporingsambtenaren op categorie C borden. Als voorwaarde waaraan bij de uitoefening van de bevoegdheid voldaan moet worden, staat daarin onder meer vermeld dat het C-bord zichtbaar op de foto moet staan.
8. Het hof heeft in het arrest van 14 juni 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:5537, geoordeeld dat het niet zichtbaar zijn van het C-bord op de foto op een andere wijze kan worden ondervangen. Wanneer anders dan op grond van de foto toch blijkt dat het C-bord aanwezig was, kan de gedraging worden vastgesteld.
9. Het dossier bevat een aanvullend proces-verbaal van 23 november 2018 waarin de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd, voor zover hier van belang, het volgende verklaart:
“Op 9 juni 2018 zag ik, verbalisant, via het backofficesysteem van het in de bijlage bij dit proces-verbaal beschreven kentekencamerasysteem, dat het vierwielig motorvoertuig, merk Opel, voorzien van het kenteken [00-YY-YY] , ter plaatse van de bussluis op de voor het openbaar verkeer openstaande weg het Ruiterskwartier te Leeuwarden, gemeente Leeuwarden, in de richting van de Westerplantage rijdend was gefotografeerd met behulp van het aldaar geplaatste kentekencamerasysteem. Ik zag dat de bestuurder van dit motorvoertuig op 8 juni 2018 om 12:55 uur daarmee in strijd handelde met een duidelijk in de richting van deze bestuurder gekeerd bord C12 uit bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (gesloten voor alle motorvoertuigen), met onderbord ‘uitgezonderd lijnbussen’. Aan dit bord ging een waarschuwingsbord vooraf dat ca. 30 meter eerder is geplaatst met daarop eveneens het bord C12 uit bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (gesloten voor alle motorvoertuigen), de onderborden ‘uitgezonderd lijnbussen’, ’30 meter’ en ‘Controle’ waarbij de laatste is voorzien van een afbeelding van een camera.
Het brondocument met foto’s van de gedraging heb ik als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.”
10. Op de foto’s van gedraging is het voertuig van de betrokkene zichtbaar. Op de foto is geen bord C12 zichtbaar. In het fotobijschrift staan de volgende gegevens: ‘Locatie: Ruiterskwartier thv pand nr. 47. Datum, tijd: 08-06-2018, 12.55.50.’
11. Het hof overweegt dat bijlage L van de Beleidsregels boa onder meer als voorwaarde voor digitale handhaving stelt dat het C-bord zichtbaar moet zijn op de foto en dat hieraan niet is voldaan. In de onderhavige zaak is de gedraging vastgesteld aan de hand van een foto die met een flitspaal is gemaakt. Op de foto van de gedraging is het voertuig van de betrokkene zichtbaar, maar niet het verkeersbord.
12. In hoger beroep zijn schouwrapporten overgelegd van 1 juni 2018 en 8 juni 2018 die voorzien zijn van foto's van de bebording C12 op het Ruiterskwartier. Dat de schouwrapporten niet zijn ondertekend en voorzien van een dagtekening, geeft geen aanleiding te twijfelen aan de informatie in de schouwrapporten. Er bestaat dan ook geen aanleiding de deugdelijkheid van de bebording in twijfel te trekken. Zodoende kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
13. Ten aanzien van de klacht van de gemachtigde dat de schouwrapporten pas in hoger beroep in het geding zijn gebracht, overweegt het hof dat deze enkele omstandigheid niet meebrengt dat deze stukken buiten beschouwing moeten blijven. De gemachtigde heeft op de inhoud van de schouwrapporten kunnen reageren en gereageerd.
14. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.