Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot machtiging voor schenkingen uit het vermogen van een onder bewind gestelde persoon had afgewezen. De bewindvoerder had verzocht om toestemming om in 2019 schenkingen te doen aan de vier kinderen van de rechthebbende, alsmede om een structurele jaarlijkse schenking vanaf 2020.
Het hof stelde vast dat de bewindvoerder voldoende had aangetoond dat er sprake was van een schenkingstraditie, mede gebaseerd op eerdere schenkingen in 2014, 2016 en 2017 en verklaringen over eerdere contante kerstgeschenken. Tevens was het vermogen van de rechthebbende voldoende om de schenkingen in 2019 te dragen zonder de financiële positie in gevaar te brengen.
Het hof verleende daarom machtiging voor de schenkingen in 2019 ten bedrage van € 5.428,- per kind, in totaal € 21.712,-. Het verzoek om reeds machtiging te verlenen voor jaarlijkse schenkingen vanaf 2020 werd afgewezen wegens gebrek aan inzicht in toekomstige vermogensontwikkelingen.
De beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en het hoger beroep werd gegrond verklaard voor het deel van de machtiging in 2019. De overige verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof verleent machtiging voor schenkingen in 2019 uit het vermogen van de onder bewind gestelde, vernietigt de eerdere afwijzing en wijst het verzoek om toekomstige schenkingen af.