ECLI:NL:GHARL:2020:5221
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde beroep in tegen een bestuursstrafbeschikking, maar dit beroep werd door de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De kantonrechter bevestigde deze beslissing. De beschikking was op 14 oktober 2016 aan de betrokkene toegestuurd, waardoor de beroepstermijn op 25 november 2016 eindigde. Het beroepschrift werd pas op 12 januari 2017 ontvangen.
De betrokkene voerde aan de beschikking niet te hebben ontvangen en verwees naar jurisprudentie over bewijslastverdeling. Ook stelde hij dat het CJIB in de praktijk soms een nieuwe beschikking toestuurt indien de eerste niet is ontvangen, wat volgens hem een nieuwe beroepstermijn zou starten. Het hof oordeelde dat het CJIB de bevoegde instantie niet is om over het beroep te beslissen en dat het verzendproces van het CJIB zo is ingericht dat de kans op fouten vrijwel is uitgesloten. De ontvangst van de beschikking werd daarom aangenomen.
Het hof stelde dat de termijn voor het instellen van beroep is aangevangen bij verzending en ontvangst van de beschikking, en dat de overschrijding van de beroepstermijn de betrokkene kan worden toegerekend. De vermeende gangbare praktijk van het CJIB leidt niet tot een nieuwe termijn. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de beroepstermijn.