Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor winkeldiefstal van twee broden. Het hof vernietigde het eerdere vonnis omdat dit niet voldeed aan de vereiste vermeldingen volgens artikel 378a Sv en deed daarom opnieuw recht.
Uit het onderzoek en de bewijsvoering bleek dat verdachte op 29 oktober 2016 in een filiaal van een winkelbedrijf twee broden heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Verdachte ontkende dit, maar werd door een medewerker betrapt met de broden onder haar jas. Het hof achtte de diefstal wettig en overtuigend bewezen.
Verdachte had geen eerdere veroordelingen voor winkeldiefstal en verscheen niet bij de zitting. Gelet op de aard van het feit en de persoonlijke omstandigheden legde het hof een geldboete van tweehonderd euro op, subsidiair vier dagen vervangende hechtenis. Het hof sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar.