Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het telen en verwerken van ongeveer twintig hennepplanten in zijn woning. Hij stelde in hoger beroep dat er sprake was van onrechtmatig binnentreden door de politie, waardoor het bewijs uitgesloten moest worden en hij vrijgesproken diende te worden.
Het hof oordeelde dat het binnentreden rechtmatig was omdat verdachte expliciet en vrijwillig toestemming had gegeven aan de verbalisanten om de woning te betreden. Er was geen sprake van een redelijk vermoeden van schuld, maar toestemming maakte een machtiging en verslaglegging achteraf overbodig. Ook was het niet noodzakelijk de cautie te verlenen bij het binnentreden.
Het hof achtte bewezen dat verdachte op meerdere momenten in de periode van maart tot december 2018 hennep heeft geteeld en verwerkt. Verdachte werd veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van zestig uur, te vervangen door dertig dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaar. Het hof hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het verlies van zijn woning en gezondheidsproblemen.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij verdachte deels vrijgesproken werd van andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.