ECLI:NL:GHARL:2020:5427

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 juli 2020
Publicatiedatum
13 juli 2020
Zaaknummer
Wahv 200.232.530/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing dwangsomverzoek in hoger beroep bestuursstrafrecht

De betrokkene stelde beroep in bij de kantonrechter tegen het niet toekennen van een dwangsom door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde dit beroep ongegrond omdat de officier van justitie tijdig had beslist op het administratief beroep binnen de wettelijke termijn van artikel 7:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat geen processtukken waren ontvangen, maar dit werd onvoldoende geacht om het oordeel van de kantonrechter te weerleggen. Tevens werd benadrukt dat het beroep alleen betrekking had op de afwijzing van de dwangsom en niet op de beslissing op het administratief beroep zelf.

Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. De uitspraak werd gedaan door mr. De Witt in aanwezigheid van mr. Arntz als griffier.

Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het beroep tegen het niet toekennen van een dwangsom en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.232.530/01
CJIB-nummer
: 199488529
Uitspraak d.d.
: 13 juli 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 10 november 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] (Duitsland).
De gemachtigde van de betrokkene is F.P.B. Waals, kantoorhoudende te Enschede.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van de gemachtigde tegen de beslissing van de officier van justitie tot afwijzing van het verzoek tot toekennen van een dwangsom ongegrond verklaard. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat de officier van justitie tijdig, binnen de termijn van artikel 7:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, op het administratief beroep heeft beslist.
2. De gemachtigde heeft niets aangevoerd waaruit kan volgen dat de kantonrechter ten onrechte tot dit oordeel is gekomen. Zijn stelling dat de betrokkene tot op heden geen processtukken heeft ontvangen, is daartoe ontoereikend, nu dit, ook indien juist, niet met zich meebrengt dat de officier van justitie niet tijdig op het administratief beroep heeft beslist. Daarbij zij opgemerkt dat de gemachtigde alleen bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijzing van de dwangsom, welk bezwaar de officier van justitie wegens de concentratie van rechtsmacht terecht heeft doorgestuurd naar de kantonrechter, maar geen beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Het beroep bij de kantonrechter betreft dus alleen de afwijzing van de dwangsom door de officier van justitie en niet diens beslissing op het administratief beroep.
3. De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.