ECLI:NL:GHARL:2020:548
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht jegens een medewerker van een AZC en diens collega’s. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en het vonnis van de politierechter vernietigd.
Het hof acht bewezen dat verdachte in augustus 2017 meerdere ernstige dreigementen heeft geuit, waaronder woorden als “Ik ga het hoofd van de romp van [aangever] scheiden” en “Ik ga hem kapotmaken”. De bedreigingen waren gericht tegen een medewerker van het AZC en diens collega’s, waardoor ook zij angst hebben ervaren. Verdachte had op dat moment een slechte band met het slachtoffer en bevond zich in een situatie waarin hij zich aan de regels van het AZC moest houden.
Het hof oordeelt dat verdachte strafbaar is en dat een combinatie van een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een onvoorwaardelijke taakstraf van dertig uur passend is. De tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf wordt afgewezen. De strafoplegging houdt rekening met eerdere veroordelingen van verdachte en de ernst van het bewezen verklaarde.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een taakstraf van dertig uur wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.