Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het vonnis waarvan beroep
€ 6.428,89, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank heeft de vordering voor het overige deel afgewezen. Tot slot heeft de rechtbank beslist op het beslag.
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 11 september 2018 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,
hij op of omstreeks 11 september 2018 te [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,98 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of ongeveer 1,55 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Bewezenverklaring
hij op 11 september 2018 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,
hij op 11 september 2018 te [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,98 gram van een materiaal bevattende heroïne en ongeveer 1,55 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
Beslag
Voorlopige hechtenis
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: brokjes in zakje, 10 bruine bolletjes, plastic zak met hash, 3 witte bolletjes, XTC, plastic zakje met drugs, 7 ponypacks, zoals vermeld op het ‘Overzicht in beslag genomen goederen’.
teruggaveaan [slachtoffer] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een ABN AMRO bankpas.
teruggaveaan beslagene(n) van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: de overige in beslag genomen voorwerpen, zoals vermeld op het ‘Overzicht in beslag genomen goederen’.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 6.428,89 (zesduizend vierhonderdachtentwintig euro en negenentachtig cent) bestaande uit € 578,89 (vijfhonderdachtenzeventig euro en negenentachtig cent) materiële schade en € 5.850,00 (vijfduizend achthonderdvijftig euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 6.428,89 (zesduizend vierhonderdachtentwintig euro en negenentachtig cent) bestaande uit € 578,89 (vijfhonderdachtenzeventig euro en negenentachtig cent) materiële schade en
€ 5.850,00 (vijfduizend achthonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.