Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
mr. T. Bruinsma, naar voren is gebracht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep is het vonnis van de politierechter vernietigd waarbij verdachte was veroordeeld voor poging tot diefstal van een geldkistje. Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en is tot de conclusie gekomen dat niet vaststaat dat verdachte het oogmerk had om het geldkistje zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De tenlastelegging betrof het op of omstreeks 10 augustus 2018 in een plaats binnen de gemeente het wegnemen van een geldkistje dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete met een proeftijd.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. Na beoordeling van de wettige bewijsmiddelen heeft het hof geoordeeld dat het bewijs onvoldoende is om de tenlastelegging te bevestigen. Daarom is het vonnis van de politierechter vernietigd en is verdachte vrijgesproken.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 15 juli 2020, waarbij het hof het onderzoek in eerste aanleg heeft betrokken overeenkomstig artikel 422 Sv Pro.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet is bewezen dat zij het oogmerk had het geldkistje zich toe te eigenen.