ECLI:NL:GHARL:2020:5612
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.C. Fuhler
- L.J. Bosch
- E. Pennink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijk hoesten in gezicht ambtenaar
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor bedreiging en belediging van een ambtenaar in functie door het vermeend opzettelijk in het gezicht hoesten tijdens de coronapandemie. De politierechter sprak verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende was om opzet aan te tonen.
De officier van justitie ging in hoger beroep en vorderde vernietiging van het vonnis en een gevangenisstraf van drie maanden, met toewijzing van een schadevergoedingsmaatregel. Het hof heeft het dossier en de verklaringen van de aangever en getuige onderzocht.
Hoewel vaststond dat verdachte in de richting van de auto van de aangever heeft gehoest, kon niet worden bewezen dat dit opzettelijk was gericht op het veroorzaken van angst voor besmetting of het beledigen van de ambtenaar. Het hof oordeelde daarom dat de politierechter terecht vrijspraak heeft uitgesproken en bevestigde het vonnis met aanvullende motivering.
De uitspraak benadrukt de noodzaak van voldoende bewijs voor opzet bij bedreiging met besmetting in de context van de coronapandemie en bevestigt dat enkel hoesten in de richting van een persoon niet automatisch strafbaar is zonder bewijs van opzet.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk hoesten in het gezicht van een ambtenaar.