ECLI:NL:GHARL:2020:575

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 januari 2020
Publicatiedatum
22 januari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.241.386/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 1 BABWBesluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeerUitvoeringsvoorschriften BABWReglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie voor vermeend negeren inhaalverbod op wegvak

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €230 wegens het negeren van een inhaalverbod op de Lijnweg in Rhenen op 21 mei 2017. Hij erkende het inhalen van twee voertuigen, maar betoogde dat dit gebeurde op een wegvak waar het inhaalverbod niet gold, namelijk tussen een zijweg en een herhalingsbord dat pas later stond.

De ambtenaar stelde de overtreding vast en verklaarde dat het inhaalverbod zichtbaar was, maar hield geen nauwkeurige observatie bij van het exacte beginpunt van de inhaalmanoeuvre. Het hof oordeelde dat het bord F1 van kracht is voor het wegvak waar het geplaatst is en dat een nieuw wegvak begint na een zijweg. Omdat het herhalingsbord niet direct na de zijweg stond, gold het inhaalverbod niet op het wegvak tussen de zijweg en het herhalingsbord.

De advocaat-generaal stelde dat de betrokkene waarschijnlijk al voor het einde van het inhaalverbod was begonnen met inhalen, maar dit kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. Hierdoor kon niet worden bewezen dat de overtreding had plaatsgevonden. Het hof vernietigde daarom de sanctiebeschikking en verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs dat de betrokkene het inhaalverbod heeft overtreden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.241.386/01
CJIB-nummer
: 207620241
Uitspraak d.d.
: 22 januari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 7 juni 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “negeren inhaalverbod”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 mei 2017 om 12:10 uur op de Lijnweg in Rhenen met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
2. Door de betrokkene wordt erkend dat hij met zijn voertuig op de Lijnweg twee andere voertuigen heeft ingehaald. De betrokkene voert aan dat op de plek van inhalen het inhaalverbod niet geldt. Ongeveer 10 meter voorbij hectometerpaal 9.7 is er een (doorgaande) weg aan de rechterkant en na deze zijweg is niet direct een herhalingsbord geplaatst. Dit herhalingsbord staat geruime tijd na de zijweg. De betrokkene is direct na de zijweg begonnen met inhalen en had de inhaalmanoeuvre al voor het herhalingsbord beëindigd. Na de zijweg tot aan het herhalingsbord was inhalen toegestaan.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat betrokken voertuig twee andere voertuigen inhaalde, terwijl het bord zichtbaar langs de weg stond.”
5. In het aanvullend proces-verbaal van 1 december 2017 verklaart de ambtenaar – voor zover hier relevant – het volgende:
“Op zondag 21 mei 2017, omstreeks 12:10 uur, reden wij over de Lijnweg te Rhenen in de richting van Veenendaal ter hoogte van kilometerpaal 10.2. Wij waren op dat moment de kruising Lijnweg-Bergweg gepasseerd. Ter hoogte van hectometerpaal 10.2 zag ik dat het verdrijvingsvlak ophield en over ging in een dubbele doorbroken streep. Ik zag dat er tussen hectometerpaal 10.1 en 10.0 aan de rechterzijde van de weg een verkeersbord F1 voorzien van onderbord ‘inhalen van tractoren en brommobielen toegestaan’. Ik zag dat er voor ons een grijze Jaguar F-type voorzien van kenteken
[0-YYY-00] reed. Ik zag dat er twee voertuigen reden voor het eerder genoemde voertuig. Ik zag dat het betrokken voertuig ongeveer ter hoogte van hectometerpaal 9.7 de twee voertuigen inhaalde. Ik zag dat er tussen hectometerpaal 9.6 en 9.5 wederom aan de rechterzijde van de weg een verkeersbord F1 voorzien van ondertekst ‘inhalen van tractoren en brommobielen toegestaan’.(…)”
6. De vraag waarvoor het hof zich ziet gesteld is of ter plaatse waar de betrokkene inhaalde een inhaalverbod van kracht was, aangeduid middels bord F1 (verboden voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen) van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
7. Uit de toelichting op de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens (Besluit
28 juni 1991, Stcrt. 1991/134) blijkt dat het bord F1 van kracht is voor het wegvak waarlangs het geplaatst is. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder e, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) wordt onder een wegvak verstaan: "gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of - indien geen zijweg aanwezig is - tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft".
8. In een geval als het onderhavige blijft het bord F1 van kracht tot aan het begin van het volgende wegvak, dus tot na de zijweg. De werking van het bord F1 was dus nog niet beëindigd ter hoogte van de zijweg. Het inhaalverbod kan blijven voortbestaan door onmiddellijk na de betreffende zijweg een herhalingsbord F1 te plaatsen. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat het bord F1 eerst tussen hectometerpaal 9.6 en 9.5 is geplaatst en derhalve niet onmiddellijk na de zijweg. Gelet hierop moet -met de advocaat-generaal- worden vastgesteld dat het inhaalverbod niet gold van de zijweg tot de plaats van het bord F1 tussen hectometerpaal 9.6 en 9.5.
9. De advocaat-generaal heeft betoogd dat aannemelijk is dat de betrokkene voor het einde van het inhaalverbod de inhaalmanoeuvre al heeft ingezet. Op basis van de verklaring van de ambtenaar kan dit echter niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld. De ambtenaar ging ervan uit dat het inhaalverbod zowel voor als na de zijweg gelding had en heeft in verband daarmee niet gericht geobserveerd waar de betrokkene precies de inhaalmanoeuvre heeft ingezet. Gelet hierop kan op basis van de gegevens in het dossier niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Het voorgaande brengt mee dat de inleidende beschikking geen stand kan houden. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.