De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het belemmeren van politieambtenaren die een geluidsinstallatie in beslag wilden nemen wegens geluidsoverlast. In hoger beroep voerde de verdachte aan dat de politie onrechtmatig zijn woning was binnengedrongen omdat zij zich niet hadden gelegitimeerd, wat volgens hem tot vrijspraak moest leiden.
Het gerechtshof stelde vast dat de politie zich inderdaad niet had gelegitimeerd voorafgaand aan het binnentreden, wat een vormverzuim opleverde. Dit vormverzuim werd echter als van geringe aard beoordeeld, omdat de verdachte al eerder die avond door dezelfde politie was bezocht en op de hoogte was van hun komst en het doel daarvan. De politie had bovendien een geldige machtiging tot binnentreden getoond.
De verdachte ontkende de belemmering, maar het hof hechtte geen geloof aan zijn verklaring en achtte de verklaringen van de politieambtenaren betrouwbaar. Het hof verklaarde de verdachte schuldig aan het opzettelijk belemmeren van een wettelijk voorschrift door politieambtenaren en bevestigde de opgelegde geldboete van 175 euro, bij gebreke van betaling te vervangen door drie dagen hechtenis.