ECLI:NL:GHARL:2020:5815

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 juli 2020
Publicatiedatum
22 juli 2020
Zaaknummer
21-001094-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 240b SrArt. 9a SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in zaak vervaardiging en verspreiding seksuele afbeeldingen minderjarige

De verdachte, destijds 15 jaar oud, werd beschuldigd van het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van seksuele afbeeldingen van een 14-jarige minderjarige met wie hij een relatie had. Het hof achtte bewezen dat hij een filmpje had gemaakt waarop de minderjarige hem oraal bevredigde en dit had verspreid.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat het tot een andere strafoplegging kwam en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen. Gelet op de leeftijd van de verdachte en de minderjarige, de relatie tussen hen, en de verstrekkende gevolgen voor beide partijen, besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen.

De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte hadden verzocht tot schuldigverklaring zonder strafoplegging, mede gezien het behalen van het diploma door verdachte en zijn positieve toekomstperspectief. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd in hoger beroep niet ontvankelijk verklaard, omdat behandeling in het strafproces een onevenredige belasting zou opleveren.

Het hof oordeelde dat het bewezenverklaarde zich aan de onderkant van de strafbaarstelling van verspreiding van kinderporno bevindt en dat er geen vrees voor herhaling bestaat. De veroordeling staat het verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag niet in de weg.

Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001094-20
Uitspraak d.d.: 28 juli 2020
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 27 februari 2020 met parketnummer 08-179173-19 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.P. Smit, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 05 maart 2019 te Hengelo, in de gemeente Hengelo (O), in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een of meer afbeelding(en) te weten een (aantal) video’s en/of film(s) heeft vervaardigd en/of verspreidt en/of in bezit heeft gehad terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [aangeefster] (geboren [geboortedag] 2004) was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) -zakelijk weergegeven- bestond(en) uit: het oraal penetreren met de penis van het lichaam van die [aangeefster] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in
of omstreeksde periode van 1 januari 2019 tot en met 05 maart 2019 te Hengelo, in de gemeente Hengelo (O),
in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal,(telkens)
een of meerafbeelding
(en
)te weten een
(aantal)video
’s en/of film(s)heeft vervaardigd en/of verspreidt en/of in bezit heeft gehad terwijl op die afbeelding
(en
) (een
)seksuele gedraging
(en)zichtbaar is
/zijn,waarbij
(telkens)een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [aangeefster] (geboren [geboortedag] 2004) was betrokken
of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging
(en)
-zakelijk weergegeven- bestond
(en)uit: het oraal penetreren met de penis van het lichaam van die [aangeefster] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen en in bezit hebben.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en of maatregel

De advocaat-generaal heet gevorderd tot schuldig verklaring zonder oplegging van een straf of maatregel.
De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat het feit voor zowel zijn cliënt als voor aangeefster veel nadelige gevolgen heeft gehad. Ondanks de moeilijke periode die zijn cliënt doormaakt is het gelukt om zijn diploma te halen. Voor zijn vervolgopleiding heeft hij een Verklaring Omtrent Gedrag nodig. De raadsman heeft verzocht de advocaat-generaal te volgen zodat de zaak kan worden afgesloten met zo min mogelijk gevolgen voor de toekomst van zijn cliënt.
Verdachte heeft een filmpje gemaakt terwijl aangeefster hem oraal bevredigde. Hij heeft het filmpje uiteindelijk doorgestuurd naar anderen. Verdachte was ten tijde van het plegen van het feit 15 jaar oud. Aangeefster was 14 jaar oud. Ze hadden op het moment van filmen een relatie. Het bewezenverklaarde heeft naast heel vervelende gevolgen voor aangeefster ook veel gevolgen gehad voor verdachte. Zijn coach de heer Wegdam heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat verdachte nog steeds last heeft van het feit. Verdachte heeft na het plegen van het feit geheel vrijwillig goed meegewerkt aan begeleiding en hij heeft zijn diploma gehaald. Na de zomer begint verdachte met een beroepsopleiding.
Verdachte is niet eerder en ook niet nadien op enigerwijze met politie en justitie in aanraking geweest. Het hof is van oordeel dat het bewezenverklaarde zich ‘aan de onderkant’ van de in artikel 240b lid 1 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde verspreiding van kinderporno valt, nu het gaat om seksueel overschrijdend gedrag tussen jonge kinderen in een oriënterende fase in hun leven. Het feit heeft bovendien niet alleen voor aangeefster maar ook voor verdachte verstrekkende gevolgen gehad, waarin verdachte ondanks zijn eigen lijdensdruk empathie en eigen verantwoordelijkheid heeft getoond.
Gezien het bovenstaande zal het hof, conform het voorstel van de advocaat-generaal en de raadsman, geen straf of maatregel opleggen.
Het hof is van oordeel dat deze veroordeling, gelet op de omstandigheden als hierboven beschreven en er bovendien ten aanzien van verdachte geen enkele vrees voor herhaling bestaat, niet aan het verlenen van een eventuele Verklaring Omtrent het Gedrag aan de verdachte in de weg behoeft te staan.

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.158,12. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 908,12. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd tot toewijzing van het bedrag gelijk als is toegewezen door de rechtbank.
De raadsman heeft verzocht het bedrag te matigen.
Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster]

Verklaart de benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Aldus gewezen door
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. M.J. Vos en mr. J.H. van Dijk, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. W.C.S. Huijbers, griffier,
en op 28 juli 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. J.H. van Dijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 28 juli 2020.
Tegenwoordig:
mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,
W Ten Kate, advocaat-generaal,
mr. I. Vugs, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.