ECLI:NL:GHARL:2020:5925

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 juli 2020
Publicatiedatum
27 juli 2020
Zaaknummer
Wahv 200.273.589/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 13 WahvArt. 14 WahvArt. 6:24 AwbArt. 6:7 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen matiging sanctie snelheidsovertreding zonder herhalingsborden

De betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 24 km/u buiten de bebouwde kom op 10 januari 2019. De officier van justitie legde een sanctie van €229 op. De kantonrechter matigde deze boete tot €110, omdat de betrokkene het verkeersbord gemist zou hebben en er geen herhalingsborden stonden op de weg.

De officier van justitie ging in hoger beroep tegen deze matiging. Het hof oordeelde dat het hoger beroep tijdig was ingesteld en ontvankelijk was, ondanks aanvankelijke ontbrekende beroepsgronden, die later alsnog werden ingediend.

Het hof overwoog dat het missen van een verkeersbord zonder herhalingsborden geen bijzondere omstandigheid vormt die matiging rechtvaardigt. Weggebruikers moeten alert zijn en de verkeersborden in acht nemen. Het ontbreken van herhalingsborden is geen verplichting van de wegbeheerder en kan niet leiden tot vermindering van de sanctie.

Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en handhaafde het oorspronkelijke sanctiebedrag van €229. Het beroep van de betrokkene werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het hof handhaaft de oorspronkelijke boete van €229 en vernietigt de matiging door de kantonrechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.273.589/01
CJIB-nummer
: 222780127
Uitspraak d.d.
: 27 juli 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 6 december 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 110,-.

Het verloop van de procedure

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
De officier van justitie heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De betrokkene vraagt zich in zijn verweerschrift in de eerste plaats af of de officier van justitie wel tijdig hoger beroep heeft ingesteld en of de gronden wel tijdig zijn ingediend. Deze vragen raken de ontvankelijkheid van het beroep en worden daarom als eerste besproken.
2. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de officier van justitie is toegestuurd.
3. De beslissing van de kantonrechter is op 23 december 2019 aan de officier van justitie (en de betrokkene) toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 3 februari 2020. Het beroepschrift is gedateerd 31 januari 2020. Uit een stempel blijkt dat het op 3 februari 2020 door de rechtbank is ontvangen. Het hoger beroep is dan ook tijdig ingesteld.
4. Het hoger beroepschrift bevat geen beroepsgronden. Dat is wel verplicht (artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht). De griffier van het hof heeft de advocaat-generaal – die op grond van artikel 18 van Pro de Wahv in hoger beroep de plaats inneemt van de officier van justitie – hier in een brief van 11 maart 2020 op gewezen en de gelegenheid gegeven om binnen een termijn van vier weken gronden in te dienen. De gronden zijn op 25 maart 2020 per e-mail ontvangen door de griffie van het hof, zodat het verzuim tijdig is hersteld. Het hoger beroep is ontvankelijk.
5. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag verlaagd tot € 110,-. De sanctie bedroeg oorspronkelijk € 229,- en was aan de betrokkene opgelegd voor “overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 24 km/u (verkeersbord A1)”. Deze gedraging is verricht op 10 januari 2019 om 11:50 uur op de Zuidweg in Epe met het voertuig met kenteken [YY-000-Y] .
6. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die matiging van het sanctiebedrag rechtvaardigen. De beslissing van de kantonrechter kan wat de officier van justitie betreft dan ook niet in stand blijven.
7. De omstandigheden waaronder de gedraging is verricht of waarin de betrokkene verkeert, kunnen aanleiding zijn om te oordelen dat oplegging van een sanctie achterwege moet blijven. Dit volgt uit artikel 9, tweede lid, van de Wahv. Volgens vaste rechtspraak van het hof brengt de sterk tariefmatige afdoening van verkeersovertredingen als deze met zich dat matiging van het sanctiebedrag alleen in bijzondere gevallen gerechtvaardigd is.
8. De kantonrechter heeft de matiging gebaseerd op het verweer van de betrokkene, dat er kort gezegd op neerkomt dat hij het verkeersbord A1 (zone) heeft gemist en er op de 12 kilometer lange weg geen herhalingsborden zijn geplaatst. Op andere locaties is dat wel het geval.
9. Voormelde omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, rechtvaardigen niet dat het sanctiebedrag wordt gematigd. De wetgever heeft het opleggen van sancties voor gedragingen als deze niet afhankelijk gesteld van opzet en het ontbreken daarvan ook niet van belang geacht voor de hoogte van de sanctie. Het is aan weggebruikers om voortdurend oplettend te zijn en kennis te nemen van voor hen van toepassing zijnde verkeerstekens. Of op een bepaalde locatie ter aanvulling herhalingsborden worden geplaatst, is aan de wegbeheerder. Vereist zijn dergelijke borden niet. Voor zover de betrokkene het verkeersbord met de maximumsnelheid heeft gemist, komen de gevolgen daarvan voor zijn rekening.
10. De kantonrechter heeft de sanctie ten onrechte gematigd. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.