ECLI:NL:GHARL:2020:5979
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- L.M. Croes
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis terugvordering geldlening en rekening-courantschuld na faillissement
Appellant was enig bestuurder van een vennootschap die failliet werd verklaard. De curator vorderde terugbetaling van een geldlening en aflossing van een rekening-courantschuld, welke de rechtbank toewijst.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij misbruik van procesrecht door de curator meende, onder meer door het leggen van conservatoire beslagen die volgens hem geen voordeel voor de boedel opleverden en onnodige proceskosten veroorzaakten. Tevens stelde hij dat de curator de vordering had moeten laten vallen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.
Het hof oordeelde dat de curator terecht aanspraak maakt op de vorderingen en dat het ontbreken van verhaal door appellant niet relevant is voor de toewijzing. Misbruik van procesrecht is niet vastgesteld omdat de vordering niet evident ongegrond is. Ook de stelling dat de beslagen vexatoir zijn, werd niet beoordeeld omdat appellant geen opheffing had verzocht.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten, die nihil werden vastgesteld vanwege verstek van de curator.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot terugbetaling van de vorderingen aan de curator.