ECLI:NL:GHARL:2020:603
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen dwangsom na tijdige verlenging beslistermijn in administratief beroep Wahv
In deze zaak ging het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) over de vraag of de officier van justitie tijdig de beslistermijn had verlengd met een verdagingsbrief van 15 november 2016. Het hof nam het tussenarrest van 24 oktober 2019 over en vroeg nadere informatie over de verzending van de brief.
De advocaat-generaal verklaarde dat sinds 2012 de verdagingsbrieven geautomatiseerd via een bulkprinter worden verstuurd, maar dat handmatige verzending nog mogelijk is. De overgelegde registratie toonde aan dat in deze zaak de brief geautomatiseerd was aangemaakt en verzonden. Het hof oordeelde dat bij deze werkwijze de kans op fouten nagenoeg is uitgesloten en achtte aannemelijk dat de brief daadwerkelijk is verzonden.
Hierdoor stelde het hof vast dat de officier van justitie tijdig de beslistermijn had verlengd en dus geen dwangsom verschuldigd was. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd, maar met verbeterde gronden. Tevens werden proceskosten van €656,25 aan de advocaat-generaal opgelegd. Het hoger beroep was niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de beslissing over de inleidende beschikking.
Uitkomst: De officier van justitie heeft tijdig de beslistermijn verlengd met een geautomatiseerde verdagingsbrief, waardoor geen dwangsom verschuldigd is en het hoger beroep deels niet-ontvankelijk is verklaard.