Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Verklaring betrokkene: ik rij normaal nooit op het fietspad.”
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd met een boete van €95 wegens het rijden op een fietspad met een bromfiets, terwijl volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) het gebruik van de rijbaan verplicht is indien een fiets/bromfietspad ontbreekt.
De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, maar het gerechtshof stelde vast dat de officier van justitie in het administratief beroep de feitcode en omschrijving van de gedraging wijzigde, waardoor betrokkene in het gelijk werd gesteld. Dit rechtvaardigt een proceskostenvergoeding voor de fase van het administratief beroep.
Het hof vernietigde het deel van het vonnis van de kantonrechter dat de proceskostenvergoeding betrof en wees een vergoeding van €262,50 toe. Het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep werd afgewezen omdat betrokkene daarin niet in het gelijk werd gesteld.
De zaak draaide om de uitleg van artikel 6 RVV Pro 1990 en de vraag of de betrokkene terecht op het fietspad reed. Het hof oordeelde dat het bord G11 een verplicht fietspad aanduidt, niet een verplicht fiets/bromfietspad, waardoor de overtreding vaststaat.
Het arrest werd gewezen door mr. De Witt en uitgesproken te Leeuwarden op 29 juli 2020.
Uitkomst: Het gerechtshof kent een proceskostenvergoeding van €262,50 toe voor het administratief beroep en vernietigt het vonnis van de kantonrechter voor zover het de proceskosten betreft.