ECLI:NL:GHARL:2020:6075

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 juli 2020
Publicatiedatum
31 juli 2020
Zaaknummer
Wahv 200.266.145/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 BABWArt. 11 WahvArt. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 2, eerste lid, onder d, Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 11, eerste lid, onderdeel d, Besluit tarieven in strafzaken 2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens ontbreken verwarring door rijlespionnen op rijbaan

De betrokkene, een rijinstructeur, kreeg een sanctie opgelegd voor het aanbrengen van pionnen en afbakendoppen op de rijbaan ten behoeve van rijlessen. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigt deze beslissing. Uit het dossier blijkt niet dat de pionnen het verkeer daadwerkelijk in verwarring hebben gebracht.

De ambtenaar stelde dat het verkeer mogelijk in verwarring raakte door de pionnen, onder meer doordat een leerling-motorrijder slalomde tussen de rijstroken. Het hof oordeelt echter dat deze manoeuvres niet onder het toepassingsgebied van artikel 2 BABW Pro vallen en dat de foto's geen aanwijzingen geven dat pionnen op een rijstrook stonden.

Hoewel pionnen extra oplettendheid van weggebruikers kunnen vragen, is onvoldoende onderbouwd dat zij verwarring veroorzaken. Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de sanctiebeschikking en bepaalt dat het door de betrokkene gestelde bedrag wordt gerestitueerd. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor reiskosten.

Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctiebeschikking en verklaart het beroep gegrond vanwege onvoldoende bewijs van verkeersverwarring door de pionnen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.266.145/01
CJIB-nummer
: 221761063
Uitspraak d.d.
: 31 juli 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 2 september 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 juli 2020. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “het (doen) aanbrengen/aangebracht houden van voorwerpen, inrichtingen of borden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 november 2018 om 14.52 uur op de Molengraaffsingel in Delft.
2. De betrokkene is het niet eens met de opgelegde sanctie. Hij is rijinstructeur en heeft de pionnen en afbakendoppen geplaatst ten behoeve van rijlessen aan leerling-motorrijders. Als er verkeer aankomt, treedt hij handelend op. Hij geeft dat dan via de mobilofoon door aan zijn leerling. De betrokkene staat erbij om eventuele verwarring te voorkomen. Hij is het niet eens met de stelling dat pionnen het verkeer in de war kunnen brengen. Overal ter wereld worden pionnen gebruikt om mensen te waarschuwen voor eventuele gevaren. Het is juist de bedoeling dat andere weggebruikers zich afvragen wat er aan de hand is als zij de pionnen zien. De betrokkene heeft deze plek met zorg uitgekozen. Er komt weinig verkeer. In het jaar dat de betrokkene deze plek gebruikt om te oefenen, zijn er geen ongelukken of gevaarlijke situaties geweest. De betrokkene heeft ook een sanctie op zaterdag gekregen. Men wil hem daar weg hebben. In andere gevallen, zoals bij verhuizingen, worden ook pionnen geplaatst. Dan treedt de politie niet op.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 2 van Pro het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). Deze bepaling luidt:
“Het is verboden voorwerpen, inrichtingen of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aan te brengen, te doen aanbrengen, of aangebracht te houden.”
4. In de nota van toelichting wordt over artikel 2 vermeld Pro:
“Het verbod dat in dit artikel is neergelegd, beoogt te voorkomen dat het verkeer door voorwerpen, inrichtingen of borden, van welke aard ook, in verwarring zou kunnen worden gebracht.” [1]
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag (…) dat er meerdere pionnen midden op de rijbaan tussen de twee rijstroken in stonden. Het verkeer rijdt op deze rijstroken in tegengestelde richting. Ik zag dat er een leerling-motorrijder aan het slalommen was tussen de twee rijstroken in, terwijl er verkeer reed in tegengestelde richting. Ik zag dat deze personenauto snelheid verminderde en door de situatie mogelijk in verwarring was geraakt. Verder zag ik dat er ook pionnen op een rijstrook stonden en hierbij moest het overige verkeer gebruik maken van de rijstrook voor het tegengestelde verkeer. Ook hierdoor kan verwarring ontstaan. (…) Tevens zag ik ongeveer 150 meter verderop een aantal afbakendoppen liggen. Dit gebruikte de leerling-motorrijder om de zogenoemde achtjes te maken. (…) Bijlagen: een fotografische opname.”
6. De advocaat-generaal heeft bij zijn verweerschrift zeven door de ambtenaar gemaakte foto’s gevoegd.
7. Voor de vaststelling of de onderhavige gedraging is verricht, is noodzakelijk dat kan worden vastgesteld dat door het aanbrengen van voorwerpen op de weg het verkeer in verwarring zou kunnen worden gebracht. De ambtenaar moet daarbij de voor het trekken van deze conclusie noodzakelijke feiten en omstandigheden weergeven.
8. Hetgeen de ambtenaar heeft gerelateerd ten aanzien van de slalommende motorrijder of het maken van achtjes door de motorrijder kan niet bijdragen aan de vaststelling van de gedraging, nu dit niet valt onder het bereik van artikel 2 van Pro het BABW. Mogelijk zou het laten uitvoeren van deze manoeuvres onder het bereik van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 kunnen worden gebracht, maar op de overtreding van die bepaling heeft de opgelegde sanctie geen betrekking.
9. Niet in het geschil is dat de betrokkene pionnen en afbakendoppen heeft aangebracht op de weg. Op de door de advocaat-generaal bij het verweerschrift gevoegde foto’s is te zien dat er pionnen staan en afbakendoppen liggen op de rijbaan op de onderbroken strepen tussen de beide rijstroken, op en tegen de onderbroken strepen die de fietsstrook markeren en tussen de fietsstrook en het trottoir. De stelling van de ambtenaar dat er pionnen op een rijstrook stonden, wordt betwist door de betrokkene en wordt niet bevestigd door de door de ambtenaar gemaakte foto's. Voor de beoordeling van de vraag of de gedraging is verricht, gaat het hof voorbij aan de verklaring van de ambtenaar dat er pionnen op een rijstrook stonden.
10. Wanneer verkeersdeelnemers de pionnen en afbakendoppen zoals hier aangebracht zien, kan bij hen de vraag rijzen waarom deze voorwerpen op de weg zijn aangebracht, of de doorgang op de weg is gestremd en/of welke van de twee rijstroken zij moeten gebruiken. Deze situatie vergt extra oplettendheid van de verkeersdeelnemer maar voor de conclusie dat een verkeersdeelnemer in verwarring zou kunnen raken, biedt het dossier onvoldoende steun. Dat er in het verleden meldingen zijn geweest over de gang van zaken en men blijkbaar hiervan last had, leidt niet tot een ander oordeel.
11. De inleidende beschikking kan derhalve niet in stand blijven. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter zou behoren te doen, namelijk het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en die beslissing, alsmede de inleidende beschikking vernietigen. Het op grond van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid gestelde bedrag dient door de advocaat-generaal aan de betrokkene te worden gerestitueerd.
12. De betrokkene heeft ter zitting van het hof verzocht om vergoeding van reiskosten.
13. Het hof acht termen aanwezig om een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de reiskosten die de betrokkene heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting van de kantonrechter en de zitting in hoger beroep. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder d, van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden reiskosten vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Ingevolge die bepaling wordt een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. In dit geval komt dat neer op een bedrag van € 61,96 ( [A] - Den Haag v.v. en [A] - Leeuwarden v.v. conform www.9292.nl).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
vernietigt de inleidende beschikking waarbij, onder CJIB-nummer 221761063, aan de betrokkene een sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 61,96.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Voetnoten

1.Nota van toelichting bij het besluit van 26 juli 1990, houdende vaststelling van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer) (BABW),