ECLI:NL:GHARL:2020:6222

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 augustus 2020
Publicatiedatum
7 augustus 2020
Zaaknummer
Wahv 200.252.907/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990bord C9 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onjuiste toepassing verkeersbord C9 voor personenauto

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd wegens het overtreden van een geslotenverklaring aangegeven met bord C9 op de Stougjesdijk te Oud-Beijerland. De sanctie van €95,- werd opgelegd omdat hij met een personenauto de weg was ingereden, ondanks het bord dat het inrijden verbood.

In hoger beroep voerde de betrokkene aan dat hij een afspraak had bij een bedrijf aan de Papeweg en dat hij door een misverstand de afslag voorbijreed. Hij beschikte niet over een navigatiesysteem en was niet bekend in de omgeving. Tevens wees hij op een fout in de kleur van zijn voertuig in het proces-verbaal.

Het hof stelde vast dat bord C9 volgens de Wegenverkeerswet niet van toepassing is op personenauto's, maar op ruiters, vee, wagens, motorvoertuigen die niet sneller mogen rijden dan 25 km/u, brommobielen en dergelijke. Omdat de betrokkene een personenauto bestuurde, was de sanctie onterecht. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie en bepaalde dat het betaalde bedrag aan de betrokkene wordt gerestitueerd.

Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctiebeschikking omdat bord C9 niet geldt voor personenauto's en bepaalt restitutie van het betaalde bedrag.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.252.907/01
CJIB-nummer
: 214150778
Uitspraak d.d.
: 7 augustus 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 13 december 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 28 april 2020 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Op 26 mei 2020 heeft het hof een schrijven van de betrokkene ontvangen.
Een afschrift hiervan is aan de advocaat-generaal verzonden.

De beoordeling

1. De betrokkene heeft in zijn brief van 26 mei 2020 aangegeven geen gebruik te zullen maken van de gelegenheid gehoord te worden op een nader te bepalen zitting van het hof. Het hoger beroep zal daarom worden afgedaan op basis van de op de zaak betrekking hebbende stukken.
2. Gelet op de inhoud van het tussenarrest, waarin onder meer is overwogen dat de betrokkene niet behoorlijk in de gelegenheid is gesteld de zitting van de kantonrechter bij te wonen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen. Ter beoordeling van het hof staat vervolgens het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.
3. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Bij die beschikking is aan de betrokkene als bestuurder een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring: bord C9 bijlage I RVV 1990 (feitcode R556)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 januari 2018 om 10:00 uur op de Stougjesdijk te Oud-Beijerland met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
4. De betrokkene heeft tegen de beslissing van de officier van justitie aangevoerd dat hij een afspraak had bij een bedrijf dat gevestigd is aan de Papeweg in Oud-Beijerland. Hij verwijst ter onderbouwing daarvan naar de eerder overgelegde verklaring van de heer [B] . De betrokkene had van te voren naar het bedrijf gebeld en een routebeschrijving van de heer [B] gekregen: de Papeweg is een zijweg aan de rechterkant van de Stougjesdijk. Omdat de betrokkene vanaf Rotterdam kwam, lag de Papeweg echter niet aan de rechter- maar aan de linkerkant van de Stougjesdijk. Als gevolg van dit misverstand is de betrokkene de afslag naar het bedrijf voorbij gereden en richting Oud-Beijerland gereden waar hij opnieuw een bord “bestemmingsverkeer” is gepasseerd. De betrokkene geeft aan dat hij 68 jaar is, niet over een navigatiesysteem beschikt en niet bekend is in Oud-Beijerland. Hij heeft een fout gemaakt. Fouten maakt iedereen. Ook de politie. De ambtenaar heeft namelijk genoteerd dat de kleur het voertuig van de betrokkene blauw is, terwijl dat grijs/beige is. Tot slot voert de betrokkene aan dat hij niemand in gevaar heeft gebracht.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Soort voertuig: personenauto (…)
Gedragingsgegevens: Ik zag dat de weg werd gebruikt terwijl deze in beide richtingen gesloten is, zoals ter plaatse aangeduid middels bord CC, uitgezonderd bestemmings- en landbouwverkeer RVV 1990, welke was voorzien van een onderbord. De uitzondering(en), genoemd op het (onder)bord, was (waren) niet van toepassing.
Overtreden artikel: 62 jo bord C9 RVV 1990 (…)
Verklaring betrokkene: Ik moest zo rijden om op mijn locatie te komen. Ik werd deze kant op gestuurd.”
6. Het dossier bevat, naast voornoemd zaakoverzicht, een aanvullend proces-verbaal van
27 april 2018. In dit proces-verbaal verklaart de ambtenaar - voor zover hier van belang - dat hij zag dat de bestuurder van een blauwe Mercedes, kenteken [00-YYY-0] , het bord C9 met onderbord uitgezonderd bestemmings- en landbouwverkeer voorbij reed dat aan het begin van de Stougjesdijk aan de rechterkant duidelijk zichtbaar staat.
7. Op basis van de stukken stelt het hof vast dat de betrokkene de Stougjesdijk te Oud-Beijerland is ingereden, een weg die - volgens de verklaring van de ambtenaar - is voorzien van het verkeersbord C9, met een onderbord dat bestemmings- en landbouwverkeer uitzondert. Verkeersbord C9 verbiedt het inrijden voor ruiters, vee, wagens, motorvoertuigen die niet sneller kunnen of mogen rijden dan 25 km/h, brommobielen, (brom)fietsen en gehandicaptenvoertuigen. Nu de betrokkene ten tijde van de vermeende gedraging een personenauto (niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig met beperkte snelheid) bestuurde, had verkeersbord C9 geen betrekking op de betrokkene. Dit betekent dat geen sanctie had mogen worden opgelegd voor de onder 3. genoemde en in de inleidende beschikking omschreven gedraging en dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof als volgt beslissen.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking waarbij, onder voornoemd CJIB-nummer, een sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen tot zekerheid is gesteld aan de betrokkene wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.