Uitspraak
[verzoeker] ,
€ 550,- +
€ 760,00 (zevenhonderdzestig euro).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker werd op 31 oktober 2016 aangehouden en twee dagen in verzekering gesteld wegens verdenking van een ernstig zedendelict. De strafzaak eindigde op 6 maart 2020 zonder oplegging van straf of maatregel. Verzoeker vroeg vergoeding van immateriële schade met toepassing van een correctiefactor vijf, vanwege de impact van de detentie op zijn studie en leven.
Het hof oordeelt dat hoewel voorlopige hechtenis een grote impact heeft, onvoldoende is onderbouwd dat de immateriële schade het rechtstreekse gevolg is van de inverzekeringstelling. De standaardvergoeding van €105 per dag is passend, wat leidt tot een vergoeding van €210 voor twee dagen detentie.
Daarnaast kent het hof vergoeding toe voor de kosten van het verzoekschrift van €550. Het verzoek om een hogere vergoeding wordt afgewezen. Het hof benadrukt dat de standaardvergoeding mede is bedoeld om de logische nadelige gevolgen van voorlopige hechtenis te compenseren, zonder aanvullende omstandigheden voor verhoging.
Uitkomst: Verzoek om correctiefactor afgewezen; standaardvergoeding van €210 plus €550 kostenvergoeding toegekend.