In deze civiele zaak over een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een tussenbeschikking gegeven. De raad voor de kinderbescherming heeft een onderzoek verricht en geadviseerd over de omgang, maar verscheen niet bij de zitting. Het hof bevestigt het recht van het kind op omgang met de vader en benadrukt dat de moeder verplicht is de ontwikkeling van de banden te bevorderen.
De moeder uitte zorgen over de emotionele veiligheid van het kind en wil het tempo van contact laten bepalen door het kind zelf, terwijl de vader het advies van de raad wil volgen en contact wil opbouwen via kaartjes en later beeldbellen. De raad constateert geen ernstige bedreiging voor het kind en adviseert statusvoorlichting over de vader als noodzakelijke eerste stap.
Het hof constateert dat de moeder nog niet concreet heeft geïnformeerd over de vader en stelt een vierstappenplan vast: het sturen van kaartjes, het uitwisselen van tekeningen en foto's, gevolgd door kortdurend beeldbelcontact. De moeder wordt opgedragen het kind vóór uitvoering van het plan positief te informeren over de vader. Partijen moeten de voortgang rapporteren, waarna de mondelinge behandeling wordt voortgezet op 1 oktober 2020.