ECLI:NL:GHARL:2020:6359
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis medeplegen oplichting met deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van oplichting. De rechtbank Noord-Nederland had verdachte reeds veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de zaak behandeld op zittingen van 23 september 2019, 16 januari 2020 en 28 juli 2020. Zowel de vordering van de advocaat-generaal als de verweren van verdachte en zijn raadsman zijn door het hof zorgvuldig overwogen.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld en bevestigde het vonnis. Het verzoek van de verdediging om toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, dat betrekking heeft op de mogelijkheid van een taakstraf in plaats van gevangenisstraf, werd afgewezen vanwege de ernst van het feit. De oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd als de enige passende afdoening beschouwd.
Het arrest werd op 11 augustus 2020 uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij mr. L.T. Wemes voorzitter was, samen met mr. W. Foppen en mr. M. van der Horst als raadsheren.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.