ECLI:NL:GHARL:2020:6362
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- W.M. van Schuijlenburg
- M.C. Fuhler
- L.J. Hofstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie wegens weigering horen CIE-informanten
In deze strafzaak is door de rechtbank Noord-Nederland het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging omdat het weigerde medewerking te verlenen aan het horen van CIE-informanten als getuigen. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft dit vonnis vernietigd omdat de rechtbank onjuist heeft beslist door direct de informanten te willen horen zonder eerst de informatierechercheurs, runners of het hoofd van de afdeling TCI te horen.
De zaak kent een lange proceduregeschiedenis met onder meer een eerdere niet-ontvankelijkverklaring in eerste aanleg, een arrest van het hof dat deze niet-ontvankelijkverklaring onterecht vond, en een vernietiging door de Hoge Raad waarna het hof opnieuw oordeelt. Het hof constateert dat de officier van justitie de getuige CIE-coördinator heeft beïnvloed, wat een grove schending van de beginselen van behoorlijke procesorde inhoudt, maar oordeelt dat dit niet leidt tot niet-ontvankelijkheid omdat er nog mogelijkheden zijn om het onderzoek rechtmatig te laten verlopen.
Het hof benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging waarbij de bijzondere positie van CIE-informanten in het strafprocesrecht en het belang van een eerlijk proces worden meegewogen. Het hof beveelt eerst het horen van andere betrokkenen zoals informatierechercheurs en het hoofd van de afdeling TCI voordat overgegaan wordt tot het horen van de informanten. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Noord-Nederland om met inachtneming van dit arrest verder inhoudelijk te worden behandeld.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.