Op 16 januari 2017 mishandelde verdachte zijn toenmalige vriendin door haar meermalen aan de haren vast te pakken, stukken haar af te knippen en met een schaar in haar vingers en handen te prikken. Verdachte ontkende de feiten en stelde dat aangeefster haar verklaring had verzonnen. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van aangeefster betrouwbaar zijn en werden ondersteund door foto’s van het letsel, verklaringen van haar ouders en WhatsApp-berichten.
Het hof verwierp het verweer van verdachte dat aangeefster haar verhaal in scène had gezet. De mishandeling bestond niet alleen uit het toebrengen van lichamelijk letsel, maar ook uit het veroorzaken van hevige onlust door het afknippen van haar haren en het steken met de schaar. Aangeefster zat klem onder verdachte, die zonder twijfel doorging met het knippen en prikken, wat haar angst en pijn bezorgde.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan mishandeling en veroordeelde hem tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis. Gelet op zijn eerdere strafblad en de omstandigheden vond het hof een deels voorwaardelijke straf niet passend. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.