ECLI:NL:GHARL:2020:640

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 januari 2020
Publicatiedatum
24 januari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.241.238/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 1 RVV 1990Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete parkeren ondanks uitstappen jong kind buiten onmiddellijkheidstermijn

De betrokkene kreeg een boete van €90 wegens parkeren in strijd met een parkeerverbod op 2 maart 2017 in Amsterdam. Hij voerde aan dat hij slechts stopte om zijn 18 maanden oude kind naar de kinderopvang te brengen, wat volgens hem onder stilstaan viel en niet parkeren.

Het hof oordeelde dat de uitzondering voor onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers niet geldt voor de tijd die nodig is om de passagier naar de bestemming te begeleiden, ook niet voor een jong kind. Parkeren was derhalve vastgesteld.

De betrokkene kon volgens het hof niet aannemelijk maken dat hij niet anders kon handelen, bijvoorbeeld door het voertuig op een toegestane plek te parkeren en het kind te begeleiden. Ook het beroep op overmacht werd verworpen.

De mogelijkheid tot staandehouding door de ambtenaar was niet aanwezig, waardoor de sanctie terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €90 voor parkeren in strijd met het parkeerverbod.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.241.238/01
CJIB-nummer
: 205509626
Uitspraak d.d.
: 24 januari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2018, betreffende

[betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is [B] , wonende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die
gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “Parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 maart 2017 om 8:18 uur op de Leonard Bernsteinstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
2. De gemachtigde voert aan dat hij het voertuig met voormeld kenteken ter plaatse had neergezet om zijn jongste kind van 18 maanden naar de nabij gelegen kinderopvang te brengen. Hij stelt zich daarbij op het standpunt dat geen sprake was van parkeren maar van stilstaan, nu geen andere handelingen zijn verricht dan die behoren tot het onmiddellijk uitstappen van zijn jongste zoon en waartoe zijns inziens ook behoort, net als bij laden en lossen, de noodzakelijke begeleiding naar een op redelijke afstand liggende bestemming. De gemachtigde merkt daarbij op dat hij onder tijdsdruk stond, omdat ook zijn oudste kind op tijd op school moest zijn en hij op zijn werk in Den Haag. Voorts voert de gemachtigde aan dat hij heeft gezien dat de politieauto kort na hem de straat inreed en er nog steeds was toen hij, de gemachtigde, weer naar zijn auto terugliep en dat uit de inleidende beschikking blijkt dat de bekeuring pas is geregistreerd nadat hij de straat had verlaten.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) juncto bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990. Artikel 62 van Pro het RVV 1990 houdt in: “Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.” Het bord E1 duidt een parkeerverbod aan.
4. Niet in geding is dat de gemachtigde op voornoemde datum en tijdstip met voornoemd voertuig (stil)stond op een plek waar parkeren niet was toegestaan. Voor de vaststelling of de gedraging is verricht is van belang om vast te stellen of de betrokkene al dan niet heeft geparkeerd.
5. Artikel 1 van Pro het RVV 1990 verstaat onder parkeren:
"Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen."
6. Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak sprake is van parkeren. De uitzondering voor het onmiddellijk laden en lossen doet zich hier niet voor, nu een kind bezwaarlijk als een goed kan worden aangemerkt. De uitzondering voor het onmiddellijk laten in- of uitstappen van passagiers doet zich hier evenmin voor. Anders dan de gemachtigde stelt, is onder de tijd die nodig is voor (en gebruikt wordt tot) het onmiddellijk laten uitstappen van een passagier, de tijd die de passagier ná het uitstappen nodig heeft om zijn bestemming te bereiken niet begrepen (vgl. het arrest van het hof van 13 februari 2017, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:1042). Dat is niet anders indien de passagier een jong kind is. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De omstandigheid dat de ambtenaar mogelijk van een te lange periode is uitgegaan dat er geen activiteiten rondom het voertuig zijn verricht, doet hieraan niet af.
7. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het opleggen van een sanctie achterwege moet blijven dan wel dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd. Voor zover de gemachtigde zich beroept op overmacht, wordt dat verworpen. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in de geschetste omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Het hof begrijpt dat een kind met de leeftijd als dat van de gemachtigde (18 maanden) bij en na het verlaten van de auto begeleiding nodig heeft. In zodanig geval dient in begeleiding door een derde te worden voorzien, dan wel dient het voertuig te worden geparkeerd op een plaats waar dat is toegestaan waarna de bestuurder van het voertuig het kind naar de plaats van bestemming brengt. Niet blijkt dat dat niet van de gemachtigde kon worden gevergd. Uit de omstandigheid dat hij onder tijdsdruk stond vanwege andere verplichtingen, volgt dat niet.
8. Voor zover de gemachtigde stelt dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd de mogelijkheid had om hem staande te houden, zodat ten onrechte op kenteken is bekeurd, overweegt het hof als volgt. De omstandigheid dat de gemachtigde de ambtenaar zou hebben gezien brengt op zichzelf nog niet mee dat sprake is geweest van een confrontatie op grond waarvan de ambtenaar kon vermoeden dat de gemachtigde de bestuurder is geweest (vgl. het arrest van dit hof van 30 oktober 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHAR:2019:9283). Naar het oordeel van het hof staat aldus voldoende vast dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan, zodat de sanctie terecht aan de betrokkene als kentekenhouder is uitgeschreven.
9. De bewaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen
10. Gegeven deze beslissing is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.