Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar drie minderjarige kinderen en tegen het afwijzen van haar verzoek tot een omgangsregeling. De kinderen zijn sinds 2017 uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over mishandeling, seksueel misbruik en verwaarlozing binnen het gezin.
De moeder en vader oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar de vader is veroordeeld voor seksueel misbruik en mishandeling van de oudste kinderen. De moeder is vrijgesproken, maar het hof stelt dat zij tekort is geschoten in haar zorgplicht. De kinderen verblijven in pleeggezinnen en hebben sinds juni 2018 geen contact met hun ouders.
Het hof oordeelt dat de verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege de blijvende zorgelijke signalen en het ontbreken van erkenning door de moeder van de traumatische ervaringen van de kinderen. Het verzoek van de moeder tot het vaststellen van een omgangsregeling wordt afgewezen, hoewel het hof een voorzichtige hervatting van omgang met twee van de kinderen op termijn niet uitsluit, mits de moeder bereid is tot zelfreflectie en erkenning van de behoeften van de kinderen.
De beslissing bevestigt de eerdere kinderrechterlijke beschikkingen en benadrukt dat het belang en de veiligheid van de kinderen leidend zijn bij toekomstige omgangsregelingen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt bekrachtigd en het verzoek tot omgangsregeling wordt afgewezen, met uitzondering van een mogelijke voorzichtige hervatting van omgang met twee kinderen onder voorwaarden.