Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd gesanctioneerd met een boete van €240 wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 27 januari 2019 in Zwolle. Hoewel hij niet ontkende de overtreding te hebben begaan, voerde hij aan dat het verkeerslicht korter dan door de kantonrechter vastgesteld rood was en dat de sanctie te hoog was gezien de omstandigheden, waaronder het ontbreken van gevaar en het feit dat het verkeerslicht normaal gesproken groen blijft bij weinig verkeer.
Het hof stelde vast dat de kantonrechter onjuist had vastgesteld dat het verkeerslicht 1,65 seconde rood was bij het passeren, maar dat dit geen reden was om de sanctie te matigen. De wettelijke regeling (Wahv) bepaalt een tarief voor overtredingen, waarbij slechts bijzondere omstandigheden tot afwijking kunnen leiden. Het hof oordeelde dat de omstandigheden van de betrokkene geen bijzondere omstandigheden vormden.
Verder oordeelde het hof dat artikel 6 EVRM Pro geen bezwaar oplevert tegen het tariefstelsel van de Wahv, mits het evenredigheidsbeginsel in acht is genomen. De betrokkene kon niet aantonen dat de sanctie disproportioneel was. Het feit dat hij niet bewust de overtreding beging en dat er geen gevaar was, rechtvaardigt geen matiging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €240 voor het niet stoppen voor rood licht en wijst matiging af.