Uitspraak
18 augustus 2020
[A](hierna: verzoekster)
De procedure
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren die de hoger beroepen behandelen in belastingzaken, omdat zij bezwaar had tegen de digitale behandeling van de zitting en tegen de betrokkenheid van een raadsheer bij een eerdere tussenbeslissing.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek te laat is ingediend, aangezien verzoekster bij de uitnodiging op 4 juni 2020 op de hoogte was van de digitale zitting op 25 juni 2020, maar het wrakingsverzoek pas op 22 juni 2020 om 15:03 uur is ingediend. Dit is in strijd met artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Ook het bezwaar tegen de betrokkenheid van een raadsheer bij een eerdere beslissing is niet tijdig ingebracht, omdat in de uitnodiging duidelijk was vermeld dat deze raadsheer deel uitmaakte van de kamer.
De wrakingskamer verklaart het verzoek dan ook niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling vond plaats op 6 augustus 2020, waarbij verzoekster niet verscheen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.