Uitspraak
[appellant],
SML,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Na bijna 32 jaar ploegendienst is werknemer overgeplaatst naar dagdienst, waarbij hij zijn ploegentoeslag verliest. De werknemer vordert behoud van ploegendienst of een langere afbouwtermijn van de toeslag. De kantonrechter wees deze vorderingen af, wat tot hoger beroep leidde.
Het hof oordeelt dat het werken in ploegendienst niet als een arbeidsvoorwaarde is overeengekomen, noch door het langdurig uitvoeren ervan is geworden. De werkgever heeft het recht om de dienst aan te wijzen en mag de werknemer naar dagdienst overplaatsen, mits zij daarbij als goed werkgever handelt. De belangenafweging tussen de werknemer en werkgever leidt tot de conclusie dat de overplaatsing gerechtvaardigd is vanwege het hoge ziekteverzuim en bedrijfseconomische redenen.
De werknemer heeft geen recht op een langere afbouwperiode dan de zes maanden die met de ondernemingsraad is overeengekomen, ook niet op grond van cao of goed werkgeverschap. De afbouwregeling is in het voordeel van de werknemer en passend bij de situatie. De vorderingen worden afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De overplaatsing naar dagdienst met een afbouwperiode van zes maanden voor de ploegentoeslag wordt bevestigd en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen.