ECLI:NL:GHARL:2020:6517
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie voor verkeershinder door stilstand op drukke weg
In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen een sanctie opgelegd op grond van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 wegens het stil laten staan van een voertuig op een drukke weg, waardoor verkeershinder ontstond. De betrokkene werd beboet voor het veroorzaken van hinder door het voertuig stil te zetten om passagiers in- en uit te laten stappen, terwijl er voldoende parkeergelegenheid was.
De betrokkene en zijn gemachtigde ontkenden de gedraging en stelden dat het juist ging om het voorkomen van gevaar door het verminderen van snelheid en het gebruik van gevarenlichten tijdens het zoeken naar een parkeerplaats. Het hof stelde vast dat de ambtenaar die de sanctie oplegde had verklaard dat het voertuig stil stond op de Cityring in Tilburg en dat het verkeer daardoor moest samenvoegen van twee naar één rijstrook, wat hinder veroorzaakte.
Het hof oordeelde dat de ontkenning van de betrokkene onvoldoende was om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter wegens een procedurele onregelmatigheid, maar verklaarde het beroep tegen de officier van justitie ongegrond. Het hoger beroep werd behandeld zonder zitting, op basis van de stukken, omdat de betrokkene niet in staat was naar Leeuwarden te reizen.
De beslissing bevestigt dat het stilstaan op een drukke weg om passagiers in- en uit te laten stappen, waardoor ander verkeer hinder ondervindt, een overtreding is van artikel 5 WVW Pro 1994 en dat de sanctie daarvoor terecht is opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sanctie van €140,- blijft gehandhaafd.