Uitspraak
[appellant],
Koster
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
21 januari 2020.
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beoordeling in hoger beroep
11 grieven in hoger beroep gekomen. De grieven beogen het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. Het hof ziet daarin aanleiding de grieven per onderwerp en (gedeeltelijk) gezamenlijk te behandelen
als rechtspersoonzich kan beroepen op het door artikel 8 EVRM Pro gewaarborgde recht op bescherming van eer en goede naam, omdat ook indien bij wijze van veronderstelling wordt aangenomen dat artikel 8 EVRM Pro op rechtspersonen van toepassing is, de vorderingen na afweging van alle omstandigheden
4.De beslissing
18 augustus 2020.