ECLI:NL:GHARL:2020:6563

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 augustus 2020
Publicatiedatum
20 augustus 2020
Zaaknummer
200.257.815
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12, eerste lid, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor niet doorrijden bij groen verkeerslicht ondanks gesprek met passagier

De betrokkene, een taxichauffeur, kreeg een sanctie van €140 opgelegd wegens het niet doorrijden bij groen licht op de Paleisstraat in Amsterdam. Tijdens het wachten was hij in gesprek met zijn klant en merkte daardoor niet tijdig dat het verkeerslicht op groen sprong. Hij reed pas weg nadat hij geclaxonneerd werd en een ambtenaar zichtbaar was.

De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandelde. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter wegens onvoldoende oproeping, maar beoordeelde het beroep zelf inhoudelijk.

Het hof oordeelde dat de gedraging van de betrokkene vaststaat en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het opleggen van de sanctie onbillijk maken. Het feit dat de bestuurder met zijn klant sprak en daardoor niet direct reageerde op het groene licht, weegt niet zwaar genoeg om de sanctie te vernietigen. De boete blijft daarom in stand.

Het arrest benadrukt het belang van oplettendheid en directe reactie bij verkeerslichten voor een goede doorstroming van het verkeer, ongeacht de intentie of de duur van de vertraging.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de boete voor het niet direct doorrijden bij groen licht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.257.815/01
CJIB-nummer
: 215282301
Uitspraak d.d.
: 20 augustus 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 14 maart 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 9 april 2020 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Bij voornoemd tussenarrest heeft het hof bepaald dat de zaak ter zitting van het hof wordt behandeld tenzij de betrokkene binnen vier weken na dagtekening van dit arrest aangeeft van die gelegenheid geen gebruik te willen maken.
De betrokkene heeft niet aangegeven van die gelegenheid geen gebruik te willen maken.
De zaak is behandeld op de zitting van 6 augustus 2020. De betrokkene is niet verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. In voornoemd tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat is gehandeld in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv nu het hof niet kan vaststellen dat de betrokkene behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. Gelet hierop zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “niet doorgaan bij groen licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 maart 2018 om 15.57 uur op de Paleisstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] . De officier van justitie heeft het beroep tegen deze beslissing ongegrond verklaard.
3. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat de ambtenaar ten onrechte een sanctie heeft opgelegd. De betrokkene is onredelijk door de ambtenaar behandeld en er was geen ruimte voor communicatie. De betrokkene is van beroep taxichauffeur. De betrokkene raakte met een klant in gesprek toen het verkeerslicht op de Paleisstraat op rood stond en hij merkte daardoor niet tijdig op dat het licht op groen sprong. Direct hoorde hij dat er achter hem werd geclaxonneerd. In de achteruitkijkspiegel zag de betrokkene dat er een ambtenaar stond. De betrokkene zag dat het licht reeds op groen stond en reed weg. Niet meteen wegrijden bij groen licht kan iedereen overkomen. Het gaat in dit geval om vier seconden. De betrokkene voert aan dat er in zijn functie klantvriendelijkheid wordt verwacht. Er was geen sprake van opzettelijk handelen. De betrokkene probeerde dat uit te leggen. De ambtenaar had geen begrip. Er was geen sprake van opstopping of een gevaarlijke situatie. De betrokkene verzoekt om vernietiging van de sanctie.
4. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
5. Het hof dient gelet op het gevoerde verweer te beoordelen of er desondanks omstandigheden zijn om te oordelen dat oplegging van de sanctie niet billijk is.
6. Naar het oordeel van het hof is er in het onderhavige geval geen sprake van bijzondere omstandigheden als vorenbedoeld. Een bestuurder dient oplettend te zijn indien hij wacht bij een rood verkeerslicht en voortvarend te reageren zodra het verkeerslicht groen gaat uitstralen, een en ander met het oog op de doorstroming van het verkeer. De gevolgen van de omstandigheid dat de betrokkene met een klant in gesprek raakte en niet tijdig opmerkte dat het verkeerslicht groen licht ging uitstralen, komen voor zijn rekening.
7. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de regelgever niet afhankelijk gesteld van opzettelijk handelen, gevaarzetting of het hinderen van het overige verkeer. Niet kan worden geoordeeld dat de ambtenaar in redelijkheid niet van zijn bevoegdheid tot oplegging van een sanctie gebruik heeft kunnen maken.
8. Het hof zal gezien het voorgaande het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.