ECLI:NL:GHARL:2020:66
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid en individualisering verkeersboete niet geslaagd
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een verkeersboete ongegrond verklaarde en het verzoek om proceskostenvergoeding afwees. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een geldige machtiging van de gemachtigde.
Het hof oordeelt dat de officier van justitie wel degelijk een geldige machtiging heeft ontvangen binnen de gestelde termijn, waardoor het beroep niet niet-ontvankelijk verklaard had mogen worden. De beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie worden daarom vernietigd.
Ten aanzien van de inhoudelijke klacht over onvoldoende individualisering van de gedraging bij het niet stoppen voor rood licht op de N325 in Arnhem, concludeert het hof dat de locatie op de foto's en in het fotobijschrift voldoende duidelijk is. De betrokkene is daardoor in staat geweest zich adequaat te verweren. Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard.
Omdat de inleidende beschikking in stand blijft, wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het arrest is gewezen door rechter Wijma en uitgesproken in openbare zitting.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard.