ECLI:NL:GHARL:2020:66

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 januari 2020
Publicatiedatum
6 januari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.200.405/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid en individualisering verkeersboete niet geslaagd

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een verkeersboete ongegrond verklaarde en het verzoek om proceskostenvergoeding afwees. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een geldige machtiging van de gemachtigde.

Het hof oordeelt dat de officier van justitie wel degelijk een geldige machtiging heeft ontvangen binnen de gestelde termijn, waardoor het beroep niet niet-ontvankelijk verklaard had mogen worden. De beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie worden daarom vernietigd.

Ten aanzien van de inhoudelijke klacht over onvoldoende individualisering van de gedraging bij het niet stoppen voor rood licht op de N325 in Arnhem, concludeert het hof dat de locatie op de foto's en in het fotobijschrift voldoende duidelijk is. De betrokkene is daardoor in staat geweest zich adequaat te verweren. Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard.

Omdat de inleidende beschikking in stand blijft, wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het arrest is gewezen door rechter Wijma en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.200.405/01
CJIB-nummer
: 187852900
Uitspraak d.d.
: 6 januari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 15 juli 2016, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde betoogt dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie ten onrechte in stand heeft gelaten. Die beslissing, waarbij het beroep niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging, was volgens de gemachtigde onjuist, nu hij wel degelijk een geldige machtiging had verstrekt.
2. Het verweer treft doel. Uit de stukken blijkt dat de officier van justitie op 7 april 2015, binnen de daartoe gestelde termijn, een geldige machtiging van de gemachtigde heeft ontvangen. Gelet daarop had de officier van justitie het beroep niet niet-ontvankelijk mogen verklaren. Dit is door de kantonrechter miskend. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen, net als – met gegrondverklaring van het beroep – de beslissing van de officier van justitie. De overige bezwaren tegen deze beslissingen kunnen onbesproken blijven.
3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 februari 2015 om 16:28 uur op de N325 (Pleijweg) in Arnhem met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
4. De gemachtigde voert in hoger beroep ten aanzien van de inleidende beschikking aan dat deze niet voldoende gegevens bevat om de gedraging te individualiseren. Op de betreffende straat zijn meerdere meetlocaties. Informatie omtrent de exacte locatie, de rijrichting en de locatie van de hectometerpaal waar de gedraging zou zijn verricht, ontbreekt. De foto’s en het zaakoverzicht bieden op dit punt ook geen uitsluitsel. Hierdoor is de betrokkene wat de gemachtigde betreft niet voldoende in de gelegenheid geweest zich tegen de oplegging van de sanctie te verweren.
5. De locatie van de gedraging, zoals vermeld in het zaakoverzicht en in de inleidende beschikking, is N325 (Pleijweg) in Arnhem. In het fotobijschrift is deze locatie nader geconcretiseerd als N325 Pleijweg/Nijmeegseweg (N325). Verder zijn het betreffende kruispunt en de rijrichting van het voertuig op beide foto’s van de gedraging goed zichtbaar. Gelet hierop is in voldoende mate duidelijk op welke locatie de gedraging heeft plaatsgevonden. Het verweer tegen de inleidende beschikking slaagt dan ook niet. Het hof zal het beroep tegen die beschikking ongegrond verklaren.
6. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt deze;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.