Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Nederland van 1 oktober 2018, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Overtreden artikel:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het onjuist gebruik van de claxon op 16 maart 2018 in Leeuwarden. De sanctie werd aan de kentekenhouder opgelegd omdat de agenten in burger en in een onopvallend voertuig waren en geen stopmiddelen bij zich hadden. De betrokkene voerde aan dat de sanctie ten onrechte aan het kenteken was opgelegd omdat het voertuig stil stond en de bestuurder direct had kunnen worden geïdentificeerd.
Het hof oordeelde dat de agenten er bewust voor kozen hun voertuig niet te verlaten om hun undercoveractie niet te verstoren, maar dat dit geen geldige reden is om de bestuurder niet staande te houden. Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder worden staande gehouden en geïdentificeerd tenzij er geen reële mogelijkheid is. Hier was die mogelijkheid er wel.
Daarom vernietigt het hof de sanctiebeschikking en de beslissing van de officier van justitie. Tevens veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. De zaak is behandeld op 7 augustus 2020 en het arrest is uitgesproken op 21 augustus 2020 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De sanctiebeschikking aan de kentekenhouder wordt vernietigd omdat de bestuurder staande had kunnen worden gehouden.