Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder zijn gezamenlijk gezagdragers over hun in 2015 geboren kind, dat bij de moeder woont. Na een periode van ernstige conflicten, waarbij de vader is veroordeeld voor zware mishandeling van de moeder en een contactverbod tot september 2021 heeft, is het gezamenlijk gezag ter discussie gesteld.
De moeder kampt met psychische problematiek en het kind vertoont een ontwikkelingsachterstand op taal- en sociaal-emotioneel gebied. Sinds 2016 is er geen contact tussen vader en kind. De rechtbank stelde de moeder eenhoofdig gezag toe, wat de vader in hoger beroep aanvocht.
Het hof oordeelt dat vanwege het contactverbod en de verstoorde relatie tussen de ouders een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening onmogelijk is. Het risico dat het kind klem raakt tussen de ouders is onaanvaardbaar en verbetering wordt niet binnen afzienbare tijd verwacht. Daarom wordt het verzoek van de vader afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de vader af en bekrachtigt de beschikking dat de moeder het eenhoofdig gezag over het kind houdt.