ECLI:NL:GHARL:2020:6657
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie oplegging kentekenhouder bij gebruik verdrijvingsvlak
De betrokkene stelde beroep in tegen een sanctie opgelegd door de officier van justitie wegens het gebruik van een verdrijvingsvlak. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene voerde aan dat de officier van justitie onjuist had gemotiveerd door geen rekening te houden met zijn financiële omstandigheden, terwijl die bevoegdheid wel bestaat.
Het hof oordeelde dat de motivering van de officier van justitie inderdaad onjuist was en dat dit de betrokkene benadeelde. Daarom vernietigde het hof de beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep tegen de inleidende beschikking waarin de sanctie van €230,- was opgelegd voor het gebruik van een verdrijvingsvlak.
De gemachtigde stelde dat artikel 5 Wahv Pro niet van toepassing was omdat er wel een ambtenaar en bestuurder aanwezig waren, en dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd. Het hof verwierp dit standpunt en stelde dat de sanctie terecht aan de kentekenhouder was opgelegd omdat de ambtenaar geen reële mogelijkheid had om de bestuurder staande te houden vanwege het ontbreken van stopmiddelen.
De betwisting van de gedraging door de betrokkene werd niet gegrond verklaard omdat de verklaring van de ambtenaar voldoende bewijs leverde. Het hof verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Beslissing kantonrechter en officier van justitie vernietigd wegens onjuiste motivering, maar beroep tegen sanctie aan kentekenhouder ongegrond verklaard.