Partijen zijn in 2010 gehuwd en in 2016 gescheiden, waarbij een ouderschapsplan en alimentatieverplichting werden vastgesteld voor hun twee minderjarige kinderen. De man verzoekt in hoger beroep om de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van deze kinderen op nihil te stellen vanaf 1 januari 2020, mede vanwege een ontvangen schadevergoeding na een bedrijfsongeval.
Het hof beoordeelt de gewijzigde omstandigheden, waaronder het huwelijk van beide partijen met nieuwe partners en de geboorte van nieuwe kinderen, en betrekt de draagkracht van alle onderhoudsplichtigen bij de alimentatieberekening. De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij arbeidsongeschikt is en niet in staat is zijn oude inkomen te verwerven.
De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld aan de hand van NIBUD-tabellen en het netto besteedbaar gezinsinkomen. De man wordt geacht een draagkracht te hebben van €501,34 per maand. Na berekening wijzigt het hof de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de twee minderjarige kinderen naar €149 per kind per maand, ingaande 1 januari 2020. De rest van het verzoek wordt afgewezen.