ECLI:NL:GHARL:2020:6722
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenvergoeding in hoger beroep bestuursstrafrechtelijke zaak
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter in een bestuursstrafrechtelijke procedure op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding van €250,50 toegekend.
De betrokkene voerde aan dat de kantonrechter niet had geoordeeld over een dwangsom en dat de proceskostenvergoeding onjuist was vastgesteld vanwege een te lage wegingsfactor en het niet meenemen van een hoorzitting. Het hof oordeelde dat de verschuldigdheid van een dwangsom niet onderwerp van geschil was geworden en dat de kantonrechter niet verplicht was hierover te oordelen.
Verder stelde het hof vast dat de kantonrechter terecht een zeer lichte wegingsfactor had toegepast en dat de proceskostenvergoeding voor het administratief beroep terecht was toegekend. De vergoeding voor het beroep bij de kantonrechter en het hoger beroep was niet toewijsbaar omdat de betrokkene daarin niet in het gelijk was gesteld.
Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding in hoger beroep af, om de betrokkene niet te benadelen door het instellen van hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de proceskostenvergoeding van de kantonrechter en wijst het verzoek om een hogere vergoeding in hoger beroep af.