ECLI:NL:GHARL:2020:6723
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie voor hinderlijk parkeren volgens artikel 5 WVW 1994
In deze zaak stond de betrokkene terecht in hoger beroep tegen een sanctie opgelegd voor het parkeren van een voertuig op een wijze die hinder voor fietsers veroorzaakte. De kantonrechter had eerder een boete van €140 opgelegd wegens overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, dat het veroorzaken van gevaar of hinder op de weg verbiedt.
De betrokkene voerde aan dat de hinder onvoldoende concreet was vastgesteld, omdat niet duidelijk was waar het voertuig precies stond en wat werd bedoeld met de 'verkeerde kant van de weg'. Het hof oordeelde echter dat uit de verklaring van de ambtenaar voldoende blijkt dat het voertuig zo geparkeerd stond dat fietsers moesten uitwijken naar de linkerkant van de weg, wat hinder opleverde.
Daarnaast werd het verweer dat de bevoegdheid van de medewerker die het administratief beroep behandelde niet duidelijk was, verworpen omdat geen concrete feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aan de bevoegdheid twijfelden. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €140 wegens hinderlijk parkeren en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.