ECLI:NL:GHARL:2020:6735
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Schending van het recht op hoor en wederhoor bij aanhouding zaak bestuursstrafrecht
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter in een bestuursstrafrechtelijke zaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had de zaak aangehouden om de gemachtigde van de betrokkene in de gelegenheid te stellen te reageren op een aanvullend proces-verbaal, maar er heeft geen vervolgzitting plaatsgevonden.
De gemachtigde was opgeroepen voor een eerdere zitting maar was niet verschenen. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond en gaf de gemachtigde alsnog de mogelijkheid om te reageren, waarop geen reactie volgde. Vervolgens deed de kantonrechter uitspraak zonder verdere mondelinge behandeling.
Het hof oordeelt dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden omdat een vervolgzitting vereist is wanneer nadere informatie wordt ingediend en de zaak wordt aangehouden, tenzij partijen uitdrukkelijk afstand doen van een zitting. Omdat dat hier niet is gebeurd, kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven.
Het hof bepaalt daarom dat de zaak alsnog ter zitting zal worden behandeld, tenzij de gemachtigde binnen vier weken aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze zitting heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de zaak alsnog ter zitting wordt behandeld vanwege schending van het recht op hoor en wederhoor.