ECLI:NL:GHARL:2020:6744
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid verzet in bestuursstrafzaak administratief beroep
De betrokkene stelde verzet in tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat op 18 februari 2016 was uitgevaardigd. De kantonrechter verklaarde dit verzet niet-ontvankelijk omdat het dwangbevel op 3 juni 2019 was ingetrokken, waardoor geen belang meer bestond bij een beslissing op het verzet.
In hoger beroep betoogde de gemachtigde van de betrokkene dat de brief van 22 december 2017 ten onrechte als verzetschrift was aangemerkt, terwijl deze een administratief beroepschrift betrof tegen sancties voor onverzekerd bromfietsgebruik. Het hof oordeelde dat niet de stand van de incassoprocedure, maar de inhoud van de brief bepalend is en dat er dus geen verzet maar administratief beroep was ingesteld.
Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en verklaarde dat het verzet niet was ingesteld. Het hof was niet bevoegd over de inhoud van het beroepschrift te oordelen en stuurde de brief door naar de officier van justitie (CVOM) voor behandeling. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk was gesteld.
Er werd geen griffierecht geheven voor het hoger beroep, zodat geen restitutie hoefde plaats te vinden. Eventuele reeds betaalde griffierechten in eerste aanleg moesten na intrekking van het dwangbevel worden vergoed door de officier van justitie.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het verzet, stelt vast dat administratief beroep is ingesteld en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.