Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige, geboren in 2004, heeft een langdurige geschiedenis van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsingen. Na beëindiging van het gezag in 2015 en een korte periode van hernieuwd gezag in 2018, werd het gezag opnieuw beëindigd vanwege ernstige zorgen, waaronder een aangifte van seksueel misbruik door de vader.
De vader is in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de rechtbank die het gezag beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde. Het hof heeft de grieven van de vader beoordeeld en de motivering van de rechtbank onderschreven.
De minderjarige heeft duidelijk aangegeven geen gezag van de vader te willen vanwege het belaste verleden en de vader heeft onvoldoende inzicht getoond in haar behoeften. De relatie is verstoord en de vader is pedagogisch onmachtig gebleken.
De gecertificeerde instelling zorgt voor een stabiele woonomgeving waarin de minderjarige kan herstellen en toewerken naar zelfstandigheid. Het hof concludeert dat het belang van de minderjarige het best wordt gediend met beëindiging van het gezag van de vader en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de vader en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd over de minderjarige.