Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de vraag centraal of het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarige moet worden beëindigd vanwege de detentie van de vader in Duitsland. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag toe te wijzen, stellende dat de communicatie met de vader problematisch is en dat dit in het belang van het kind is.
De rechtbank had de moeder met uitsluiting van de vader het gezag toegekend. Het hof oordeelt echter dat hoewel de detentie en communicatieproblemen gewijzigde omstandigheden vormen, deze niet leiden tot een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. De moeder heeft onvoldoende onderbouwd dat het gezamenlijke gezag in het belang van het kind moet worden beëindigd.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde wel beëindiging, maar het hof acht dit niet voldoende. De vader heeft bovendien aangegeven geen toestemming te weigeren en is bereid tot algemene volmacht. Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de moeder af, waardoor het gezamenlijke gezag blijft bestaan.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag af.