Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[gedaagde1] ,
[gedaagde2] ,
Feyenoord Rotterdam N.V.,
1.De procedure
2.De vordering en de beslissing daarop
3.De beoordeling
I, the undersigned, [gedaagde2] , give hereby exclusive mandate to mr. Louis de Vries (…) to represent me and negotiate on my behalf and in my name in view of a possible transfer to professional clubs outside the Netherlands(…)’.[eiser] heeft niet toegelicht hoe en wanneer hij de PoA in handen heeft gekregen. Dat moet in ieder geval vóór of uiterlijk op 29 maart 2018 zijn geweest, want vast staat dat [eiser] bij dagvaarding van die datum Wasserman Netherlands Management B.V. (Wasserman) heeft gedagvaard voor de rechtbank Den Haag en daarbij de PoA als productie 70 heeft overgelegd. De dagvaarding tot herroeping van het vonnis is op 25 februari 2019 aan gedaagden betekend en dat is (ruim) buiten de termijn van artikel 1068 lid 2 Rv Pro, zodat alleen daarop al de vordering afstuit. Dat, zoals de advocaat van [eiser] tijdens de zitting heeft betoogd, [gedaagde2] pas in zijn verklaring van 12 december 2018 (afgelegd bij de Tuchtcommissie) erkende dat hij die PoA had getekend en dat toen pas duidelijk werd dat [gedaagde2] in de arbitrageprocedure, door over de PoA te zwijgen, leugenachtig had verklaard, volgt het hof niet. Niet valt in te zien waarom de PoA op zichzelf niet voldoende was om dat te concluderen. Het betoog van [eiser] dat het bedrog pas kenbaar werd op 12 december 2018 terwijl hij al vanaf 29 maart 2018 de door [gedaagde2] getekende PoA in handen had, overtuigt dan ook onvoldoende om van de termijn als bedoeld in artikel 1068 lid 2 Rv Pro af te wijken. Andere feiten of omstandigheden die maken dat het niet in acht nemen van die termijn verschoonbaar is, heeft [eiser] niet gesteld en daarvan is het hof ook niet gebleken. Voor zover zijn vordering is gebaseerd op de PoA is [eiser] daarin vanwege deze termijnoverschrijding niet-ontvankelijk.